Google veroordeeld door Italiaanse rechter – strookt niet met Europees recht

De Italiaanse rechter heeft op 24 februari een drietal medewerkers van Google veroordeeld omdat zij de privacy zouden hebben geschonden. Het ging om de privacy van een scholier waarvan in een filmpje op Google Video (2006) was te zien dat hij werd gepest. De Europese regels zijn hier duidelijk over: verwijderen indien het materiaal na kenbaarheid onrechtmatig wordt geacht. De medewerkers hadden het filmpje na verzoek (notice) verwijderd (take down).

Google werd vrijgesproken van laster, maar veroordeeld wegens schending van de privacy van de scholier. De E-commerce Richtlijn 2000/31 (hierna: de ‘Richtlijn’) heeft aansprakelijkheid proberen in te perken door ondere andere te bepalen dat een hostingprovider (Google Video, thans Youtube) niet aansprakelijk is voor onrechtmatig materiaal (het filmpje) op het moment dat hij prompt handelt in overeenstemming met het rechtstelsel van de lidstaat om de informatie te verwijderen of de toegang daartoe onmogelijk te maken indien hij daar kennis (het verzoek) van heeft verkregen  (art. 14 lid 1 sub b Richtlijn). Deze bepaling vindt men sinds 30 juni 2004 terug in art. 6: 196c lid 4 van ons Burgerlijk Wetboek. Nederland heeft art. 14 letterlijk overgenomen nu voor dat artikel volledige harmonisatie geldt. Dat staat weliswaar niet in de Richtlijn zelf noch in de Considerans, maar kan men (impliciet) opmaken uit bijvoorbeeld overweging 4 van de Considerans waar het doel van de richtlijn wordt gesteld: een hoog niveau van communitaire juridische integratie (…) om voor diensten van de informatiemaatschappij een ruimte zonder binnengrenzen te creëren. Zo is dit ook tijdens de implementatie van de artikelen uit de Richtlijn door de Nederlandse wetgever begrepen (zie Kamerstukken II, 2001-02, 28 197, nr. 3, punt 9, p. 13). Bovendien is in art. 3 lid 1 Richtlijn bepaalt dat het oorsprongslandbeginsel (‘home state control’) van toepassing is, wat inhoudt dat er alleen controle is in het land van vestiging. Omdat de uitspraak van de Italiaanse rechter niet in overeenstemming is met het Europese recht, lijkt een succesvol hoger beroep mogelijk. Dit is m.i. tevens nodig omdat deze uitspraak anders de aansprakelijkheid van hostingproviders aanzienlijk zou uitbreiden.

This entry was posted in E-commerce, Europeesrecht and tagged , , . Bookmark the permalink.