Jaap was aan het werk in de Gouden Kooi

Deelnemer (terror-)Jaap dient loonbelasting af te dragen wegens zijn optreden in het televisieprogramma de Gouden Kooi. Tussen Talpa en Jaap is een overeenkomst van opdracht ondertekend die door het Hof (en eerder door de Hoge Raad in Gouden Kooi Natasia/UWV) wordt beschouwd als een arbeidsovereenkomst in de zin van art. 7: 610 BW.

Gouden Kooi
Het programma de Gouden Kooi was vanaf 2006 anderhalf jaar op televisie te zien. Het format uitte zich in een aantal deelnemers die met elkaar zo lang mogelijk in een villa (de Gouden Kooi) moesten verblijven om vervolgens te worden weggepest door de andere deelnemers of weggestemd door de kijkers. Zo bleef er een winnaar over die een geldbedrag kon winnen eventueel samen met de villa waarin de deelnemers verbleven. Dit werd winnaar Jaap.

Uit de door Talpa en Jaap getekende overeenkomst volgt onder andere dat, indien Jaap wint – zich houdende aan de spelregels – kans maakt op het winnen van de villa wanneer zijn verblijf in de villa langer dan 24 maanden heeft geduurd. Nu Jaap korter dan 24 maanden in de villa verbleef won hij een geldprijs van 1 miljoen euro. Tevens ontving Jaap € 1.000,- per dag voor de tijd die hij samen met de andere deelnemers in het huis heeft doorgebracht.

Jaap won een geldbedrag van totaal € 1.351.000 bestaande uit een bedrag van 1 miljoen euro (in plaats van de villa) en € 351.000 voor het aantal dagen die hij in de villa spendeerde. De belastingdienst belastte het hele bedrag als loon uit dienstbetrekking waardoor Talpa namens Jaap € 453.923,40 aan loonbelasting en premie volksverzekering had afgedragen. Jaap was het hier niet mee eens en wenste het prijzengeld dat hij ontving in plaats van de villa (de 1 miljoen euro) voor de heffing van loon- en inkomstenbelasting te toucheren.

Arbeidsrelatie
Volgens de fiscus was er sprake van een arbeidsrelatie omdat werd voldaan aan de vereisten die volgen uit art. 7: 610 BW. Hierdoor dient Jaap net als iedere andere werknemer loonbelasting af te dragen. Eerder besliste de rechtbank, de Centrale Raad van Beroep en de Hoge Raad dat er tussen Natasia (deelneemster Gouden Kooi) en Talpa sprake was van een arbeidsrelatie in de zin van art. 7: 610 BW. Uit de arbeidsrechtelijke betekenis van het begrip arbeidsrelatie volgt niet dat er daadwerkelijk sprake hoeft te zijn van een arbeidsovereenkomst, maar moet er zijn voldaan aan de voorwaarden van arbeid, loon en gezagsverhouding. Het is zodoende niet van belang hoe de arbeidsverhouding door partijen zelf wordt gekwaliceerd (in tegenstelling tot wat sommige websites beweren), maar hoe deze zich uit in de praktijk, gelet op de werkelijke aard van die verhouding en de omstandigheden waaronder de betreffende arbeid wordt verricht (vgl. onder meer HR 14 november 1997, NJ 1998, 149 Groen/Schoevers). Hieronder volgt een korte bespreking van de zojuist genoemde criteria.

Verplichting tot persoonlijke arbeidsverrichting
Door Jaap werd niet betwist dat er sprake was van een persoonlijke verplichting tot het verrichten van arbeid. De overeenkomst tussen Jaap en Talpa werd een overeenkomst van opdracht genoemd waaruit volgde dat Jaap zich verplicht in de villa moest ophouden en de aanwijzingen van Talpa tijdens zijn verblijf diende op te volgen, op straffe van een boete of uitsluiting van deelname. Het aanwezig zijn in de villa kan hierdoor als het verrichten van arbeid worden gezien.

Gezagsverhouding en verplichting tot loonbetaling
Jaaps voornaamste bezwaar was dat er volgens hem geen sprake was van een gezagsverhouding en dus geen arbeidsrelatie. Jaap had namelijk de vrijheid om naar eigen inzicht invulling te geven aan de overeenkomst. De belastingdienst stelt echter dat Jaap weliswaar ruime vrijheid van handelen had, maar dat Talpa conform het format en spelregels instructies kon geven en maatregelen kon nemen. Onduidelijk is in welke mate Talpa gebruik heeft gemaakt van deze instructies (waarschijnlijk doelt de belastingdienst op bepaalde opdrachten die de deelnemers moesten doen tijdens de realityshow). Volgens het Hof is het voldoende dat Jaap zich in ieder geval aan de spelregels diende te houden en instructies kon krijgen van Talpa waardoor er sprake was van een gezagsverhouding die valt onder art. 7: 610 BW.

Uit de overeenkomst tussen Jaap en Talpa volgt dat Jaap € 1.000.000,- (of een villa) zou ontvangen indien hij wint. Om deze hoofdprijs op grond van de Wet op de Loonbelasting 1964 (Wet LB 1964) te belasten dient er voldoende causaal verband te bestaan tussen de door Jaap ten behoeve van Talpa verrichte werkzaamheden en de door hem verkregen hoofdprijs. Vergelijk een werknemer die een bonus ontvangt waarbij het buiten kijf staat dat een dergelijke uitkering wordt beschouwd als een vergoeding in het kader van de dienstbetrekking (in de zin van art. 10 Wet LB 1964). Volgens het Hof heeft Jaap door deelname aan de Gouden Kooi kans op een miljoen waardoor dit als voordeel uit de arbeidsovereenkomst kan worden gezien. Hierbij overweegt zij dat Jaap gedurende zijn aanwezigheid in de villa zich bezig heeft gehouden met het lezen van schaakboeken en het bedenken van een strategie om de andere deelnemers de Gouden Kooi te doen verlaten. Tevens trachtte Jaap het publiek voor zich in te nemen om daarmee het stemgedrag van dat publiek ten gunste van zichzelf te beinvloeden. Het Hof let hierbij mede op het gegeven dat Jaap in de Gouden Kooi beweerde een deel van de hoofdprijs aan een goed doel te schenken (Stichting Jaap, i.e. zichzelf). Dus omdat Jaap zich constant bezig heeft gehouden met het proberen te winnen van de hoofdprijs in de Gouden Kooi is er sprake van voldoende causaal verband tussen het winnen van de hoofdprijs en zijn dienstbetrekking met Talpa. Het Hof “Echter in het licht van de inspanningen die hij zich getroostte om, in overeenstemming met hetgeen hij met [Talpa] was overeengekomen, het “format” tot een “kijkcijferkanon” te maken, is dit aspect [het feit dat het winnen van de hoofdprijs onder meer afhangt van toevalsfactoren] niet overheersend”. In eerste aanleg liet de rechtbank dit in het midden (zie Jaap/Belastingdienst).

Ingevolge de redenering van het Hof (en de Hoge Raad in Natasia/UWV) zou iedere deelnemer aan een reality show als werknemer kunnen worden gezien, omdat er bij reality shows vrijwel altijd wordt gehandeld binnen een bepaald thema met wegstemrondes (vgl. Big Brother, Real World, Next Top Model etc.).  Dit houdt in dat zij allen aanspraak zouden kunnen maken op de voordelen die het Nederlandse arbeidsrecht met zich meebrengt (e.g. vakantiedagen, werknemersverzekeringen).

Jaap heeft zich in de Gouden Kooi enorm misdragen, maar omdat dit onder de noemer van entertainment valt kan door de belastingdienst worden betoogd dat Jaap dit deed omdat dit binnen de spelregels van Talpa viel in de sfeer van zijn dienstbetrekking met Talpa. Je zou je af kunnen vragen of er sprake zou zijn van een arbeidsovereenkomst indien Jaap niet gewonnen zou hebben en geen € 1.000,- per maand op zijn rekening zou hebben ontvangen. Waarschijnlijk wel aangezien kost en inwoning ook wordt gezien als loon (art. 7: 617 lid 1 BW, vgl. Huize Bethesda/Van der Vlies). Indien het Hof had besloten dat er geen sprake was van een arbeidsrelatie zou hij tevens de dans van de  kansspelbelasting (sinds 2006 29%) ontspringen aangezien Jaap m.i. een overwegende invloed op de uitkomst van het resultaat heeft kunnen uitoefenen (vgl. art. 1 sub a Wet op de Kansspelen). Misschien zou Jaap Talpa in rechte kunnen betrekken met een beroep op oneerlijke handelspraktijken (in het bijzonder art. 6: 193 lid 1 sub d) nu Jaap in de veronderstelling was een significant hoger geldbedrag te winnen dan hij nu heeft overgehouden.

This entry was posted in Arbeidsrecht and tagged , , , , , . Bookmark the permalink.